Posts tonen met het label Bibliotheek... Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bibliotheek... Alle posts tonen

dinsdag 22 januari 2008

Kleuterangst.


De fantasie van je peuter of kleuter kan soms flink op hol slaan. Dat is prima, zolang hij of zij niet bang wordt van de zelf verzonnen monsters, heksen en wolven. Gebeurt dat toch, dan kun je je kind prima helpen: jaag de monsters samen weg!

Peuters en kleuters leven in een magische wereld waarin alles kan. Dieren praten en Sinterklaas galoppeert over de daken met zijn paard. Voor je kind is een sprookje geen sprookje maar wérkelijkheid. Wat je kind verzint, op de televisie ziet of uit een sprookjesboek voorgelezen krijgt, is net zo echt als wat hij of zij om zich heen ziet. Het denkvermogen van je kind is namelijk nog niet zover ontwikkeld dat het fantasie en werkelijkheid kan scheiden. Ook kan je kind nog niet begrijpen wat er om zich heen gebeurt en hoe dingen werken. Daarvoor gebruikt je kind zijn fantasie: je peuter verzint zelf oplossingen en geeft betekenissen aan dingen die hij of zij nog niet begrijpt, maar legt daarbij vaak verbanden die niet kloppen.

Een beroemd voorbeeld is het volgende. Je kind vond het altijd práchtig om in bad te gaan Maar plotseling schreeuwt het moord en brand, alleen al bij het vooruitzicht. De kans is groot dat je kind bang is 'door het badputje weggespoeld te worden'. Want, zo luidt de kleuterlogica: 'als er water door het putje wegspoelt, dan kan dat met mij ook gebeuren'. Zo kan bijvoorbeeld ook een klein sneetje in de vinger leiden tot grote paniek, omdat 'ik nu leegloop als een ballon'.

Goede fee of boze heks
Veel kinderen beschikken over een uitgesproken fantasie en een sterk voorstellingsvermogen. Die fantasie kan leuke beelden oproepen -zoals de goede fee die je kind 'omtovert tot een mooie princes'- maar ook enge beelden. De goede fee verandert plotseling in een grote boze heks. In beide gevallen is de heks of fee levensecht voor je kind. Angsten ten gevolge van deze eigen, levendige fantasie, kunnen voor komen vanaf ongeveer drie jaar. Het hoogtepunt ligt tussen de vier en vijf jaar. Kinderen hebben op die leeftijd al heel wat beelden en herinneringen in hun hersens opgeslagen, die ze kunnen oproepen en waar ze door 'overspoeld' kunnen worden. Vooral in het donker veranderen wapperende gordijnen in spoken en betekent het tikken van de verwarming dat er absoluut een heks op het raam klopt. Een kind beseft nog niet dat een verwarming kan tikken, maar het heeft wél het beeld van de heks snel paraat. Vaak zal de angst door de eigen fantasie afnemen als je kind ron de zes jaar is. Vanaf dan is het denkvermogen zover ontwikkeld, dat hij of zij scheiding kan maken tussen werkelijkheid en fantasie.

Neem de fantasie serieus
Maar hoe kun je tot die tijd omgaan met deze -in onze ogen- vaak irreële angsten van je kind? "Door de fantasie van je kind serieus te nemen,": aldus kinder- en jeugdpsychologe Marga Akkerman. Zij werkt al 25 jaar met kinderen en heeft haar eigen praktijk. "Stel, je kind zegt dat het bang is voor krokodillen onder zijn of haar bed. Dan kun je als nuchtere ouder roepen: 'wat een onzin! Krokodillen wonen niet onder bedden'. Dat ontkennen heeft echter geen enkele zin, want voor je kind lígt die krokodil er echt. Hij of zij kan immers nog geen werkelijkheid en fantasie uit elkaar houden. Je negeert zijn fantasie en daarmee de angst die deze oproept. Dat op zichzelf kan al angstverhogend werken. Je helpt je kind veel meer door onder het bed te kijken en de krokodil resoluut weg te jagen. 'Weg jij!' Je verplaatst je dus in je kind en helpt hem of haar de angstige situatie op te lossen. Deze methode werkt zodra je peuter of kleuter jou kan uitleggen waar hij of zij bang voor is. Een zeer belangrijk neveneffect van het serieus nemen van je kind, is dat hij of zij het gevoel krijgt dat je bescherming biedt in geval van nood. De redenering achter dit 'meegaan in de kinderfantasie' is eigenlijk heel simpel: "Als je de angsten oplost, maak je het leven voor je kind gemakkelijker. Later, als hij of zij groeit en het denkvermogen daarmee ook groter wordt, komt je kind vanzelf achter de waarheid. Dan wéét hij of zij dat er geen heks op het raam tikt, maar dat dat de verwarming is", aldus Marga Akkerman.

Er is wel één kanttekening: "belangrijk is dat je niet té ver meegaat in de fantasie van je kind, door bijvoorbeeld te roepen: 'Oh jeetje, wat een vreselijk enge krokodil, zeg'. Akkerman: "Daarme versterk je de angst. Dan gaat het kind denken: 'Zie je wel, mamma is er ook bang voor.' De kunst is om angst klein te houden en niet groter te maken door er te veel aandacht aan te besteden. "zo kan een simpele pleister wonderen verrichten voor het kind dat bang is 'leeg te lopen als een ballon' door het sneetje in zijn vinger.

Slaaptips:
- Laat een lichtje aan in de slaapkamer en/of zet de deur op een kier
- Laat geen hoopjes kleding in het zich liggen: die vage contouren veranderen in het halfdonker gemakkelijk in monsters
- Gebruik bij voorkeur geen té druk slaapkamerbehang: je kind kan er 'enge' figuren in zien
- Ga eens in het bed van je kind liggen om te zien wat hij of zij allemaal ziet. Misschien zijn er wel enge schaduwen
- Geef een 'beschermknuffel' meer naar bed
- Hou je elke avond aan hetzelfde bedritueel
- Lees eerst de voorleesboeken zelf. Dan kun je beoordelen of je kind er al 'aan toe' is
- Vraag waar je kind over wil dromen. Verzin samen iets leuks en moois
- Hou toezicht op wat je kind ziet op de televisie: alle (soms indringende) beelden ervaart hij of zij als echt

Gedicht Kindermishandeling!


Kan wel zijn

Je kunt dan wel
wat ouder zijn
en sterker bovendien,
maar dat wil toch
niet zeggen dat
ik slaag van jou verdien?
Je kunt dan wel
de buurman zijn,
de meester of de juf,
maar dat wil toch
niet zeggen dat
je aan me zitten mag?
Je kunt dan wel
mijn moeder zijn
en ik jouw eigen kind,
maar dat wil toch
niet zeggen dat
ik alles prettig vind?

Verschillende soorten kindermishandeling.


Kindermishandeling
Kindermishandeling kan zowel in gezinnen, op scholen als in de buurt voorkomen. Zowel volwassenen als kinderen kunnen er debet aan zijn en het kan uitlopende oorzaken hebben. Kindermishandeling kan in verschillende soorten voorkomen. Zo kan een kind veel geslagen worden, maar ook het compleet negeren van een kind is kindermishandeling. Verder zijn er nog dingen als verwaarlozing en seksueel misbruik. Hieronder volgt een overzicht van de zes vormen kindermishandeling die voorkomen. Het is zo, dat er vaak meerdere vormen van kindermishandeling tegelijk voorkomen.

Vormen van kindermishandeling
- lichamelijke mishandeling
- emotionele mishandeling
- lichamelijke verwaarlozing
- emotionele verwaarlozing
- seksueel misbruik
- institutionele kindermishandeling

Lichamelijke mishandeling.
Lichamelijke mishandeling is het toebrengen van letsel door ouders, verwanten of opvoeders. Hieronder vallen bijvoorbeeld de volgende voorbeelden: slaan, stompen, duwen, steken, brandwonden toebrengen, vergiftigen, knijpen etc. Het letsel dat kinderen hieraan over kunnen houden, hebben in ieder geval ook lichamelijke gevolgen: blauwe plekken, kneuzingen, breuken, letsels aan inwendige organen, hoofdletsels, soms letsels die uitwendig niet zichtbaar zijn.

Het kind heeft regelmatig blauwe plekken (vaak op vreemde plaatsen, zoals rug en billen)
- Het kind heeft onverklaarbare kneuzingen, striemen, schaafwonden
- Het kind heeft vaak botbreuken
- Het kind heeft brandwonden met een speciale vorm
- Het kind heeft veel littekens. - Het kind is vaak afwezig wegens ziekte
- Het kind reageert angstig op gehuil van andere kinderen
- Het kind is bang voor opvoeders en andere verzorgers
- Het kind is angstig en afkerig van contact met volwassenen in zijn algemeen
- Het kind verwacht snel straf (het kind duikt bijvoorbeeld weg, als je het wilt aaien)

Emotionele mishandeling.
Elk kind heeft emotionele behoeften nodig. Denk hierbij aan steun, bescherming, veiligheid en geborgenheid. Groeit het kind op in een vijandig, afwijzend en onvoorspelbaar klimaat, krijgt het hier zeker te kort aan. Wat het kind ook doet, nooit is het goed genoeg.
Voorbeelden van deze vorm van mishandeling zijn: pesten, treiteren, vernederen, schelden, bespotten, negeren, opzettelijk in gevaar brengen, opzettelijk speelgoed of andere voorwerpen vernietigen, dreigen met geweld of met de dood, terroriseren, eindeloos en onnodig verbieden of straffen, achterstellen bij andere kinderen, isoleren van anderen of verhinderen van contacten met anderen, te hoge eisen stellen etc.
Het gevolg hiervan is dat het kind het gevoel krijgt dat het er eigenlijk niet had moeten zijn of dat het een ander kind het moeten zijn.

Lichamelijke verwaarlozing.
Iedereen heeft recht op bepaalde basisbehoeften. Kinderen zeker. Basisbehoeften voor kinderen zijn onder andere kleding, voeding, hygiëne, medische verzorging en slaap. Bij lichamelijke verwaarlozing krijgt het kind niet de zorg waar het recht op heeft.
Voorbeelden hiervan zijn: het kind in de kou of regen laten staan, onvoldoende of ongeschikte voeding geven, geen medische zorg verlenen, het kind slechte kleding geven.
Het gevolg hiervan kan zijn dat een kind een slechte weerstand opbouwt, veel ziek is en erg moe.

Emotionele verwaarlozing.
Een ouder-kindrelatie is iets heel belangrijks voor een prettige jeugd. Bij emotionele verwaarlozing is deze relatie koel, liefdeloos en afwijzend. Het kind krijgt geen aandacht, genegenheid, ondersteuning of stimulering. Deze vorm van mishandeling begint meestal al vanaf de geboorte of vanaf de eerste levensjaren.
Voorbeelden van emotionele verwaarlozing: de ouder is niet emotioneel beschikbaar, communiceert niet of speelt niet met de baby, het kind wordt voortdurend aan zijn lot overgelaten (bijvoorbeeld opsluiten), de ouder helpt niet wanneer het kind hulp nodig heeft, de ouder doet net alsof het kind niet bestaat.
Gevolgen hiervan kunnen zijn dat er groei- en ontwikkelingsproblemen optreden. Dit kan in combinatie gaan met ernstige gedragsstoornissen (zoals agressie).

Seksueel misbruik.
Een definitie van seksueel misbruik luidt: ‘het betrekken van afhankelijke, op het vlak van ontwikkeling onrijpe kinderen of jongeren in seksuele activiteiten die ze niet volledig begrijpen of die de sociale grenzen van een familierelatie overschrijden’.
Voorbeelden van seksuele mishandeling zijn: ongewenste seksuele aanrakingen, spelletjes met kinderen of het betrekken van kinderen bij spelletjes (pornofilms laten kijken, masturbatie etc.), begluren, betasten, verkrachten (met of zonder verwondingen), incest (wettelijk betekent dit seksuele handelingen tussen bloedverwanten tot de 3°, dus: ouders, broer, zus, grootouders, oom, tante, stiefouder, nieuwe partner biologische ouder, stiefbroer, stiefzus, zoon of dochter van nieuwe partner etc.), georganiseerde seksuele uitbuiting (kinderprostitutie, kinderpornografie, kinderhandel met het oog op seksuele uitbuiting, individuele pedofilie).
De gevolgen van seksueel misbruik zijn groot: ongewenste zwangerschappen, sociaal-emotionele problemen, angsten, afkeer tegen lichamelijk contact (ook al zit er geen verkeerde bedoeling achter), inwendige gevolgen, etc.

Institutionele kindermishandeling.
Zoals het woord al een beetje zegt, deze vorm van kindermishandeling wordt gepleegd in een instelling, door een personeelslid of als gevolg van de werking van een systeem (oorlogskinderen, kinderen die niet naar school kunnen). Bij deze vorm van mishandeling heeft de dader een beroepsmatige relatie met het kind. Het is een leerkracht, een onthaalouder, de badmeester of bijvoorbeeld de pianoleraar.

maandag 21 januari 2008

Ontwikkeling tijdens het tweede jaar.


Baby af
Er staat hem een heel ander jaar te wachten dan zijn eerste jaar. Baby's leven nog lekker dicht bij hun ouders, een beetje in zichzelf gekeerd. Een dreumes ondergaat een grote verandering in zijn motorische ontwikkeling. Hierdoor wordt hij een zelf functionerend persoontje, dat zelf kan lopen, rennen en klimmen. En zo worden andere otnwikkelingsgebieden door zijn betere motoriek 'aangestoken'. Want door de ervaringen die hij opdoet, maakt hij ook veel mee op emotioneel gebied. Als je dreumes loopt, ziet hij de omgeving op een heel andere manier, dan toen hij alleen nog kon zitten of kruipen. Niet elke kind kan met een jaar lopen, dat hoeft ook niet. Maar dit jaar zal het je dreumes zeker lukken. Misschien eerst nog langs de randen van de tafel of langs de muur. Heel verstandig van je dreumes om dat nieuwe eerst nog een beetje voorzichtig te doen. Zet ter aanmoediging een rijtje stoelen voor hem neer, waar hij zich aan vast kan houden. De box kan nu echt een gevangenis voor hem worden en slapen vindt hij zonde van zijn tijd. Hij staat of loopt het liefst ook in zijn bed. Door zichzelf te verplaatsen, komt hij waar hij eerder niet alleen kon komen. Hij kan de kamer uitgaan, waar hij tot zijn grote schrik ontdekt dat hij alleen is. Na het rechtuit lopen leert je dreumes om achteruit te lopen en om de trappen op te klauteren. Je dreumes heeft veel ruimte nodig om zicht uit te leven. Een groot grasveld of het strand zijn ideaal. Je kind heeft nu veel plezier van een loopfietsje, loopauto of duwkar.

Een eigen ik
Als je dreumes ongeveer anderhalf jaar is, wordt het besef van een eigen persoon te zijn nog een sversterkt door de ontwikkeling van de eigen wil. En dat zul je als ouders weten! Op vragen van jou hoor je veel vaker 'nee' dan 'ja'. Zint hem iets niet, dan kan hij dat laten merken door een fikse driftbui. Je kunt jezelf wel eens afvragen wat je fout hebt gedaan, nu je opeens zoveel weerstand ondervindt. Maar wees trots op je kind, want de ontwikkeling van deze eigen wil is net zo knap als leren kruipen of lopen. Je kind geeft jou hiermee een compliment. Hij laat zich namelijk alleen gaan bij mensen van wie hij honderd procent zeker weet dat ze toch wel van hem houden.

Onzeker
Soms is het best eng voor hem om opeens te merken dat hij jou niet meer ziet, ondanks het feit dat hj zelf is weggelopen. Zijn oplossing kan zijn om jou de hele dag met zich mee te trekken aan de hand, terwijl hij roept 'kijken, pakken'. Krijgt hij geen hand, dan hangt hij aan je benen. Laat vooral zien dat je trots op hem bent, dat hij zoveel onderneemt.

Scheidingsangst.
Een dreumes kan dit jaar met perioden opnieuw last krijgen van scheidingsangst. Hij weet in de eerste helft van zijn tweede jaar nog niet helemaal precies dat iets wat hij niet kan zien, wel bestaat. De kiekeboespelletjes hebben hem geholpen zijn knuffel terug te vinden, maar geven hem nog niet voldoende vertrouwen. Door angst kan hij niet slapen en probeert hij te voorkomen dat je weggaat. Door regelmatig naar hem te gaan kijken als hij niet kan slapen, leert hij dat je er toch voor hem bent, ook al ben je niet constant bij hem.

Veel leren.
Niet alleen zijn bewegingen worden beter, je dreumes leert ook simpele opdrachtjes begrijpen. Doe hem eens voor hoe een hondje blaft. Vraag je het hem na te doen, dan zal hij dat vast proberen. Hij kan zelf zijn sokjes uittrekken en proberen zijn voetje in een schoentje te steken. Hij herkent plaatjes in een prentenboek. Noem ze op en hij zal ze aanwijzen.

Zintuigen
Hij stopt steeds alle sin zijn mond om het beter te leren kennen. Hij leert het materiaal kennen of de vorm of smaak en slaat dat op in zijn geheugen. Met zijn ogen merkt hij nu dat sommige dingen een andere kleur hebben. Met zijn handjes voelt hij vooral het verschil in materiaal. Zijn reuk werkt minder goed dan bij een volwassene. Om die reden wordt een kind nog niet afgeschrikt door een fles bleekwater. Je moet niet raar kijken als je op een dag zijn kamertje inkomt en hem lekker met zijn poep ziet smeren.

Je dreumes met anderen
Je dreumes speelt nog niet met andere kinderen, maar wel graag naast andere kinderen. In de zandbak spelen dreumesen naast elkaar hetzelfde spelen. Ze inspireren elkaar. Hij vindt het leuk om anderen iets te geven, maar pakt het even zo vrolijk weer terug. Inleven in de gevoelens van anderen gaat hem nog te ver. Toch kun je wel zien dat een dreumes wil troosten als een ander kind huilt. Hij heeft jou vaak zien troosten en doet het na.

Eerste woordjes.
In zijn tweede jaar gaat je kind erg vooruit met praten. Het brabbelen gaat over in het nadoen van de melodie van een echt gesprek, zonder echte woorden te gebruiken. Hij zal dit jaar ook een aantal losse woordjes gaan zeggen. Mama is moeilijker dan dada of papa, dus papa komt meestal eerst. Als hij anderhalf jaar is zal hij ongeveer tien woorden uitspreken. Aan het eind van het tweede jaar kan dat oplopen tot dertig woorden.